Tiets

Titia Bergsma

Als we thuis iets van De Chinees eten, wil ik dat afhalen.
Het is het periodieke uitstapje naar Oost-Azie, waar ik van terugkeer alsof ik op vakantie ben geweest. Steeds weer kom ik onder de indruk van de bescheiden opstelling van de Chinezen en de adekwate wijze waarop ze hun dienstbaarheid maximaliseren. Van hun ogen en gebaren kan ik m’n blik niet afhouden. Van de taal is niets te begrijpen, maar interessaaant! En hoe boeiend is hun Ik-voel-me-betrapt spel. Ik vrees dat m’n belangstelling zich zelfs uitstrekt naar Japan en Korea, Laos, Cambodja, Vietnam, Nepal, Birma en wat heb je daar nog meer voor landen. Ik ben nog nooit zo ver geweest, maar dit is wat ik vermoed. En alle Chinezen zijn immers hetzelfde, zoals het spreekwoord uit het interbellum zegt.

Andersom moet de fascinatie ook bestaan, heb ik altijd gedacht. Niet zozeer voor mijn gestalte en onbeholpen motoriek, maar voor de mooie westerse meiden waarvan je d’r soms eentje dwarsfluit ziet spelen op een zondagmiddag.  Het bewijs wordt geleverd in keramiekmuseum Princessehof te Friese hoofdstad. Daar zien we de geschiedenis van Titia Bergsma, de eerste westerse vrouw die – in 1817 – voet aan wal zette in Japan.  Zij was zo’n opvallende verschijning, dat schilders aan het hof van de keizer haar eindeloos hebben geportretteerd, onder andere op porselein. Koppen en schotels, plaquettes, beeldjes, potjes en kommetjes zijn in het museum te zien met afbeeldingen van deze Hollandse icoon in Japan. Ook is er een vroeg negentiende-eeuwse vaas met daarop Tiets en zoon Jantje.

Deshima

Titia Bergsma werd in 1786 in Leeuwarden geboren, trouwde in 1815 met Jan Cock Blomhoff, opperhoofd van Deshima van 1817 tot 1823. Deshima is een kunstmatig eiland voor de kust van Nagasaki waar Nederlanders handel dreven met Japan. Blomhoff besloot Titia en zoon Jantje mee te nemen – vergezeld door min Petronella en dienstmeisje Marathy, die zich in Jakarta bij hun voegde. Hiermee nam hij een groot risico aangezien het in die tijd voor vrouwen strikt verboden was – zelfs op straffe des doods, het Japanse eiland te betreden. Voor Titia werd geen uitzondering gemaakt. Na een verblijf van drie maanden beval de shogun van Japan de vrouwen het eiland te verlaten. Titia, Jantje en Petronella gaven hier gehoor aan, ze keerden naar Holland terug en arriveerden in 1818 in Den Helder, vanwaar zij doorreisden naar Den Haag. Ongelukkig en ziek van verdriet stierf Titia in 1821. Ook mooi onderwerp voor een film.