Burgers

civilians_a2.jpg

 

Ik heb vrinden met vrinden in de hoogste kringen.
Zij ontvingen met 07-08-wisseling een soort State Of The Unionbrief van professor doctor René Boomkens, van 1998-2002 part-time hoogleraar popmuziek. De hooggeleerde bracht in zijn zelfgemaakte Top 15 van meest relevante muziekuitgaven in 2007 maar liefst drie familie Thompson muziekuitgaven onder: Teddy’s, Linda’s en Richard’s recentste werk.  Als zo’n scherpe geest vervolgens beweert, dat Joe Henry’s nieuwste eigen werk, Civilians, de eerste plaats heeft verdiend, wil ik zo’n cd zonder eerst luisteren in huis halen. Boomkens spreekt van de zonder concurrentie beste, interessantste en meest integere cd van 2007:  Joe Henry maakt al jaren meer of minder onopvallende  platen in het singer-songwriter-Americana-genre (wat dat ook moge  betekenen), maar is vermoedelijk bekender als producer van de comeback-cd van soulzanger, dominee en begrafenisondernemer Solomon Burke enkele jaren geleden. Met Civilians levert Henry een minstens zo klassiek en authentiek klinkende plaat, vol soul en passie gezongen. Civilians is een nadrukkelijk statement over het huidige Amerika, van een Amerikaan die zijn eigen patriottisme in twijfel begint te trekken  en zich somber afvraagt of hij nog wel ergens bij hoort (zie vooral  Our Song). ‘Soulful, Stripped & Direct’ : zo wordt de plaat op een  reclamesticker gepresenteerd – en dat is nu eens een keertje helemaal  waar. Henry heeft een ietwat dramatische toon en een klagelijk, slepend  stemgeluid dat uiterst geschikt is om de doorgaans nogal depressief stemmende thematiek te vertolken. Iedereen die goedkope praatjes  rondstrooit (Samen werken, samen leven, e.d.) wordt door Henry de wacht  aangezegd. Dit is relevante muziek – waarmee we 2008 gesterkt tegemoet kunnen treden!

Aan deze professor heb ik niks toe te voegen.