Greta10/10

Greta: Ik zat natuurlijk nog steeds dagelijks in de trein. En wat gebeurt er? Op een dag kom ik die conducteur weer tegen. Het was vier maanden later. Ik zei tegen hem: Kent u mij nog? Hij keek mij zo aan. En knikte. O ja, zei hij. En toen zei hij uit zichzelf: Wat is er een heisa van gemaakt. Ik wist niet wat ik zag. In de krant enzo. Zo had ik het natuurlijk allemaal niet bedoeld. Nadat hij de kaartjes had geknipt, is hij bij me komen zitten. Voor hem was het een gepasseerd station. Maar hij wist niet dat het voor mij nog lang niet afgelopen was. Dat had hij zich niet gerealiseerd. We hadden een aardig gesprek.

Toen heeft hij kennelijk een brief geschreven. Ik geloof aan de Officier. Dat wist ik eerst niet. Op zeker moment kreeg ik de mededeling dat het slachtoffer te kennen had gegeven dat hij geen prijs stelde op verdere problemen.
Ik had Theo de Roos gevraagd als advocaat. Die had een copie van die brief gekregen. Ik vind dat trouwens heel knap van die conducteur dat hij dat gedaan heeft. Die brief geschreven. Dat had ik nooit verwacht van hem. Daar zat heel wat menselijks achter. Vond ik best een beetje aardig. Het resultaat was vervolgens, dat de Officier de zaak niet heeft doorgezet. Tot mijn verbazing kreeg ik te horen dat de zitting niet doorging. Ik heb een transactie betaald.
Overigens heeft Gerard Spong destijds een aardig stukje geschreven in het Nederlands Juristenblad. Hij zei dat hij mij kende als zeer ontspannen rechter en niet als een opgewonden standje dat links en rechts om zich heen stond te zwaaien. En dat hij niet begreep waarom deze zaak niet op een normale manier werd afgedaan.

Kennelijk was dat ook voor anderen onbegrijpelijk. Er waren veel mensen die mij hebben geschreven. Ik kreeg allerlei post. Een heleboel. Alleen maar leuke post. Voornamelijk uit de advocatuur. Maar ook van mensen die ik helemaal niet kende. Met de inhoud: Dit is tenminste een menselijk gebaar. Ben blij dat een rechter ook een gewoon mens is. Zo kan een rechter zich beter verplaatsen in de verdachte aan de andere kant van de tafel. In de mensen die voor hem komen.
Maar er waren ook collega’s die het verwerpelijk vonden. Geen rechter waardig. Maar goed, ik heb eerlijk gezegd voornamelijk gedaan wat ik zelf wijs vond om te doen.

Er is een collega die er nog steeds over begint. Dat vind ik niet leuk. Nu mag het toch wel eens afgelopen zijn…