Greta6

Greta: Ook op de zitting neem ik geen blad voor mijn mond. Als een jonge vent een uitkering heeft, vraag ik bijvoorbeeld: Hoezo heeft u een uitkering? Kunt u niet werken? Bent u invalide? Die vragen worden te weinig gesteld. We zitten maar achter die tafel en doen of het normaal is om van een uitkering te leven.

Er stond eens een vrouw voor me wegens bijstandsfraude. Zij had naast haar uitkering zwart gewerkt in de thuiszorg. Maar dat doe ik nu niet meer hoor, zei ze, ik leef nu alleen van een uitkering. Alsof ze daar trots op moest zijn. O ja, zei ik, alleen nog maar een uitkering? U vertelt me toch net dat u best kunt werken.

Ik herinner me ook nog een strafzaak tegen een kraker. De zaak stond ‘s ochtends als eerste op de rol. De verdachte zat volkomen onderuit gezakt op zijn stoel. Hij lag als het ware. Ik zei tegen zijn advocaat: Ik zie dat het veel te vroeg is voor uw client. Gaat u maar even op de gang zitten. Ik behandel deze zaak later wel. Die advocaat was erg verbaasd. Maar hij is natuurlijk toch met zijn client op de gang gaan zitten. Ik heb die zaak diezelfde ochtend behandeld om een uur of elf. Toen zat de verdachte rechtop. Dat had zijn advocaat hem wel ingepeperd. Maar toen was hij kauwgom aan het kauwen. Ik zei: Meneer, ik versta u niet. Hij pakte de kauwgom uit zijn mond en stopte het in zijn jaszak. Ik zei nog: Niet onder de stoel plakken, hoor. Moest aan Turks Fruit denken. Na de behandeling, toen hij op weg was naar de deur, pakte hij de kauwgom weer uit zijn zak. Hij trok zijn hand uit zijn zak met aan alle vingers lange draden. Ik zie het beeld nog voor me. Gatverdamme, bracht hij uit.