Jongetje

jongetje000_a

Schrijvers van jeugdliteratuur boeien me.
In den beginne was er de kinderbijbel en vlot daarna: Nel van der Vlis. Deze schrijfster was getrouwd met dominee Verschoor, een ongenaakbare man in zwart kostuum met bebop kapsel. In mijn jonge jaren beklom hij elke zondag de preekstoel van de Petruskerk, toen nog gewoon gereformeerde kerk aan de Paul Krugerstraat geheten. Ik kende de schrijfster, want zij schoof met interessante dochters plus aanhang regelmatig aan in de deels gereserveerde bank, die complementair werd ingenomen door mijn grootouders van moeders kant. Tijdens de eredienst keek ik zo vaak mogelijk onopvallend zijwaarts om te controleren of schrijfster & dochters iets van de liturgie begrepen of dat ook zij waren overgegaan tot het volgen van de kerkvlieg, het tellen der orgelpijpen of  bestudering der haarinplant in nekken op de bank voor ons. Uren ook tuurde ik op kap & bloedkoralen van juffrouw Schoe. Een enkele keer raakte mijn blik die van een der Verschoordochters, maar dan keek ik peinzend weg, alsof ik die rake opmerking van Maleachi – die de prediker voor ons uiteen rafelde – nog even achterstevoren op mij liet inwerken.  

Op zekere dag waren mijn ouders in rep en roer. Dominee zou met echtgenote, de kinderboekenschrijfster, op huisbezoek komen. Alles moest er piekfijn uitzien en mijn broertje en ik moesten extra vroeg naar bed. Onder het eten werd uitvoerig stilgestaan bij te verwachten gasten en ons werd op het hart gedrukt geen scenes te veroorzaken en mee te werken aan een glad verloop. Eenmaal in mijn jongensbedje lag ik te hopen, dat de schrijfster een presentexemplaar een harer werkjes voor ons achter zou laten. Uit dankbaarheid voor onze met weinig te vergelijken braafheid en bijvoorbeeld Een Jongetje In De Sneeuw. De volgende dag bleek dat dit jammergenoeg niet gebeurd was. Daarom heb ik het deze week zelf maar aangeschaft. Via internet. Voor 7 Euro 50 breide ik dit verzuim van ruimschoots vijftig jaar geleden recht. Een koopje.

1 Reactie

  1. Gerard

    De verveling die elke zondag toesloeg in de Petruskerk is heel herkenbaar. Ik maakte rekensommen van het bord waarop de te zingen gezangen en psalmen waren vermeld. Ook is heel treffend beschreven het be-bopkapsel van Ds. Verschoor. Maar ik heb nog altijd een zwak voor de belerende boekjes van W.G. van der Hulst die we kregen tijdens de Kerstdienst van de Zondagsschool. Samen met een sinaasappel en een kerstkrans trokken wij met het ‘leesvoer’ huiswaarts.

Geen reacties toegestaan.