Wegwerpflats

slijk000_a

slijk000_aa

Deze flats werden gebouwd toen ik jong was.
Nu worden ze alweer afgebroken.
Waren ze meteen goed gemaakt,
dan kon het geld nu aan iets anders worden besteed.
Ik vermoed hier een spel.
Aan Wibaut kunnen we het niet meer vragen.

2 Reacties

  1. JM van Elk

    Hier in Hilversum hetzelfde; half Noord gaat plat. Heb ooit schande gesproken bij de sloop van een Dudokwijk, maar zie; de woningen zijn geheel in Dudokstijl herbouwd!

  2. wim hofman

    Van Oorschot overdreef graag en zette dingen soms dik aan. Dat maakt zijn verhalen goed leesbaar. Waarschijnlijk beschreef hij de Slijkstraat zoals hij hem later bij een van zijn bezoeken (hij zocht zijn ouders wel eens op) aantrof, niet de Slijkstraat waarin hij in zijn jeugd gewoond had. Dat was een gewone straat in een gewone, met gewone mensen die gewoon wat huur betaalden. Hij noemt het bedrag. Een arbeider van de Schelde verdiende volgens mij toen een tientje tot twaalf gulden per week.

    Wat het dialect betreft valt hij m.i. door de mand. Afkomstig uit een toch wel naar burgerlijkheid neigend milieu keek hij blijkbaar neer op mensen die dialect spraken. Dat blijkt uit de tekst. In bepaalde Zeeuwse wordt de ij als ie uitgesproken, maar ook wordt de i eveneens nogal eens in Zeeuwse of Vlaamse dialecten als ie uitgesproken.
    Je kunt wat die mensen betreft zowel slijk als slik schrijven. (de diskussie van enige tijd geleden over de spelling op bordjes met slik was voor hen eigenlijk onnodig) De ij of de i hebben niets pejoratiefs, maar wel naar het idee van Geert van Oorschot.
    In de geciteerde tekst komt ook naar voren dat de Slijkstraat niet alleen een woonstraat was zoals wij die nu kennen. Er was in de binnenstad overal nogal wat bedrijvigheid. Er waren paarden ja, die moesten ergens staan. Ik herinner me een hoefsmid in de Scherminkelstraat. Er waren kolenhandelaren, handelaren in petroleum, melk, vis; fabriekjes, allerlei werkplaatsen, winkels, de bevoorrading ging wel met handkarren en bakfietsen en die moesten ook ergens staan evenals de groentenkisten enz. Pas veel later, na ’45 is men op zijn Amerikaans gaan moderniseren en heeft men getracht bepaalde bedrijven de stad uit te krijgen naar bedrijventerreinen. Dat de bedrijvigheid in de stad ook geuren en stof en zaagsel en dergelijke met zich meebracht lijkt me logisch en men vond het toen in zekere zin ook gewoon. Alles en iedereen stonk toen veel meer.

    Waarmee ik niet wil zeggen dat je in Vlissingen geen aandacht zou kunnen besteden aan Geert van Oorschot.
    Maar ja, je zou ook zijn boeken kunnen lezen en de boeken die hij heeft uitgegeven. Of je nu steeds gedenkplaten moet plaatsen of beeldjes moet neerzetten voor bekende Vlissingens is misschien ook wel te veel van het goede. Ik heb de indruk dat er in Vlissingen al te veel objecten van allerlei aard staan. En ik ben, ook vanwege dat verhaal van Van Oorschot ook geen voorstander om de Slijkstraat nu maar Geert van Oorschotstraat te noemen.

    Dat die flats worden afgebroken zal wel een reden hebben. Ik heb daar nooit in gewoond. Ik woonde wel ooit in Paauwenburg in een flatje, maar dat was maar tijdelijk en het was behelpen: klein, primitief en vooral gehorig. Vooral dat laatste geeft veel spanning, herinner ik me.
    Ik hoop dat daar degelijke woningen gebouwd zullen gaan worden.

Geen reacties toegestaan.