Slikstraat

slikstraat001_a

Scheldestad heeft gemeend in 2009 niet stil te moeten staan bij het honderdste geboortejaar van flamboyant uitgever G.A. van Oorschot (1909-1987), bekend van onder meer de Russische bibliotheek. Wel liet men – evenals Middelburg – een beeltenis ontwerpen voor grote zoon Floor Wibaut (1859-1936), die weliswaar eveneens te Vlissingen geboren is, maar die (ook) niet wist hoe snel hij (via Middelburg) naar Amsterdam moest vluchten. De hufterproof Wibautplaquette zal deze week op een historisch niet geheel verantwoorde plek worden onthuld, maar de aanhangers van het betere boek worden nog eens extra getroffen doordat de (zoveelste) sloopbeurt van de Slijkstraat ter hand genomen is zonder dat iemand even herinnert aan de woorden van R.J. Peskens (nom de plume van G.A.) in zijn verhaal De Kolenboer uit Twee Vorstinnen en een Vorst:

(…) De straat waarin wij woonden heette de Slijkstraat. Je begrijpt dat het voor een kind niet plezierig is in de Slijkstraat te wonen. Als mij in de klas gevraagd werd: waar woon je, en ik zei in de Slijkstraat, kreeg ik het gevoel of er een modderlucht in de klas kwam hangen.  In ons dialect zeiden we bovendien niet slijk, maar slik, en slik was nog veel stinkender en verachtelijker dan slijk. Je weet toch waar de Slikstraat liep? Van de Koestraat naar de Breewaterstraat. Aan weerszijden een aaneenschakeling van krotten. Verzakte vensters, gebroken of met krantenpapier dichtgeplakte ruiten, uit de scharnieren hangende voordeuren, uit de gevels gevallen brokken steen, kapotte trottoirtegels, ontbrekende voordeurdrempels, lekkende dakgoten, opgebroken straatgedeelten, hondendrollen op de stoepen, lucht van gebakken vis en gepofte erwten, stank van rottende garnalen. Troepen ongewassen kinderen met rachitisbenen, zwangere vrouwen, schreeuwende dronkaards, verpieterde katten, van honger blaffende honden, verstopte stinkende riolen, een voddenpakhuis, een roestige wagenverhuurderij, een naar pis en mest stinkende paardenstal, een aan vallende ziekte lijdende en altijd de hilariteit opwekkende mongool, hoog oplopende twisten op zaterdag- en zondagavond, valse mondharmonica’s, kortom: troep, stront, verval, smurrie, ontbinding, kortom nogmaals onze Slikstraat. Wij woonden op nummer drie, aan het begin dus. Nog een vrij ordentelijke woning. Weet je wat voor huur die deed: f 1,50 in de week. (…)

1 Reactie

  1. Axel Bak

    “Zeeland is dichtgeplakt met kranten en aan het begin van de provincie staat een bord met de tekst dat hier de cultuur ophoudt.”

    Dat riep Geert altijd. De niet-bekende Geert, de zoon van Pieternella van Oorschot, die meer dan veertig jaar in een stoel vegeteerde, voor het raam van Ter Reede, met uitzicht op de Koudekerkseweg. Het enige dat ze zag waren de auto’s die voorbijreden en met de jaren eerst hoekiger en daarna weer minder hoekig werden.

    Pieternella was de zuster van Levinus, de vader van de bekende Geert uit de Slijkstraat.

    De niet-bekende Geert was niet van de Slijkstraat maar van de Singel en van de Vredehoflaan, en later van de Julianalaan in Schagen. En hij was vooral mijn vader. “Geert” heten en Vlissingen haten: het lijkt in de genen te zitten. Maar het lijkt een generatie over te slaan, want ik houd van Vlissingen.

    Van de Schuitvaartgracht bijvoorbeeld. Die lommerloze straat aan de rottende Leiding die naar armoede en cariës ruikt. Daar woonde mijn tante en als kind keek ik met Oud en Nieuw door de kromme enkele beglazing naar het vuurwerk. De lelijkste straat zal voor mij altijd mooi blijven.

Geen reacties toegestaan.