Meppelaars


Dit echtpaar verhuisde in 1937 van Meppel naar Scheldestad.
Willem Meijer (Amsterdam 1896) en Hendrikje Biemolt (Ruinerwold 1898).
Willem was metaaldraaier in het fabriekje van de firma Huisman in Meppel. Het was crisistijd en hij zocht werk waarmee hij beter kon verdienen. Hij moest steeds “proefwerken”, onder meer bij Stork en Wilton Fijenoord. Totdat oud-Meppelaar Eksteen, die bij De Schelde in Vlissingen werkte en met verlof in Meppel was, hem overhaalde naar Vlissingen te komen. Eksteen zorgde zelfs voor een huis: Noordstraat 24.
“Zonder het huis gezien te hebben, verhuisden we eind oktober 1937 naar Zeeland. Vader moest er 1 november beginnen. We gingen met z’n zevenen met de trein en werden vroeg in de morgen uitgeleide gedaan door opa, opoe Meijer en tante Janneke. Alie was toen twee jaar. Ik weet nog dat er een potje meeging in de trein, want het was een lange reis. We aten bij de familie Eksteen op het Droogdok in Vlissingen en gingen daarna ons huis bekijken. De verhuiswagen was inmiddels aangekomen. Dat werd een tegenvaller: een bovenverdieping, een voordeur met de benedenbewoners, een smalle donkere trap naar boven en samen een wc, meen ik. Dat alles in een smal straatje op de hoek van de Kromme Elleboog. We wilden wel gelijk terug. De spullen gingen moeilijk naar boven en moesten via de ramen, die er eerst uit moesten, naar binnen. Ik herinner me dat we de bedden maar naast elkaar in de kamer zetten”.
(…)
“Wim en ik gingen naar de school van meester Laernoes in de Verkuyl Quakkelaarstraat. Dat was wennen hoor. Alles was vreemd. De oude school kon niet tippen aan de moderne school waar we in Meppel op zaten. Ik weet nog dat de meester in Vlissingen vertelde: Drenthe is de armste provincie van ons land, de mensen wonen er nog in plaggenhutjes. Ik was hevig beledigd. Ik schreef een brief over dit voorval naar mijn oude klas in Meppel. Protesteer maar flink over die armoede in Drenthe, hoor Jenny!, schreef de meester terug, mede namens alle meisjes uit mijn klas. De jongens wilden geen brief schrijven aan een meisje, schreef de meester. De brief van de meester, met alle namen van de meisjes uit mijn oude klas, heb ik heel lang bewaard, maar nu ben ik hem kwijt”.

~

De man en vrouw zijn de ouders van mijn moeder.
Ze liggen begraven te Scheldestad (Noorderbegraafplaats).
In het midden zien we tante Alie, de jongste zus van mijn moeder.
Mijn moeder heet Jenny, van haar is de tekst, in 1998 geschreven
in een dierbaar boek voor de kinders.

1 Reactie

  1. Arjen

    ronduit prachtig verhaal, ode aan hele groep noorderlingen die in de crisistijd naar Vlissingen kwamen, ik ken nog twee noorderlingen van dezelfde generatie die op dezelfde manier in Vlissingen kwamen.

Geen reacties toegestaan.