Sfeerverhaal

 In het begin van de jaren zeventig van de vorige eeuw beheerde ik als jeugdig journalist de post Hulst van de Provinciale Zeeuwse Courant (PZC). Oudere collega’s beschouwden dat als verbanning naar Siberië. Immers: de post was een journalistieke eenmansaffaire in een gebied waar hoofdzakelijk lezers van het Bredase dagblad De Stem woonden. De beloning was schraal en het was raadzaam zeven dagen in de week op je hoede te zijn, want als er iets gebeurde in de toenmalige gemeenten Axel, Hontenisse en Hulst dan moest je het “hebben”, anders hing de volgende ochtend een blaffende redactiechef van hoofdkantoor Scheldestad aan de telefoon bij Redactiechef Terneuzen, die dan informeerde waarom de post Hulst zo had zitten suffen. Die chef Terneuzen moest zulk geblaf dan richting Hulst vertalen in terminologie, die moest stimuleren en beslist niet demotiveren, want een vacature in Hulst kon de krant niet gebruiken. Het was een mooie tijd en ik miste weleens iets, maar het kwam ook regelmatig voor, dat dankzij mijn oplettendheid de PZC met iets kwam, waar De Stem die dag of enkele dagen later nog achteraan moest om vervolgens net te doen alsof ze het in Breda zelf hadden verzonnen. Hoe anders is de Zeeuws-Vlaamse dagbladsituatie vandaag de dag.
Behalve aan het dagelijkse nieuwswerk moest in de post Hulst tijd worden besteed aan de bijlage Zeeuws-Vlaanderen Extra. Een katern met Zeeuws-Vlaamse advertenties en dito schrijfsels, waarvan ik me verschijningsfrequentie niet volledig meer herinner. Afgelopen week crosste ik op een mistige dag nog eens bedaard door mijn vroegere werkterrein en ik kan u melden, dat mijn hart weer open ging. Bij de Hertogin Hedwigepolder klom ik de dijk op en kreeg zo zicht op Saeftinghe met daarachter het containervervoer naar Antwerpen. Even dacht ik eraan, dat ik de chef in Terneuzen zou bellen met de suggestie een pagina open te houden voor een sfeerverhaal over de Hedwigepolder in de mist en het opvliegend gevogelte van Het Verdronken Land. Maar het netnummer van Terneuzen wilde me niet te binnen schieten.

1 Reactie

  1. B.Lagaaij

    Ja – en als je dan toevallig PZC-titularis voor Zeeuwsch-Vlaanderen (inderdaad: ,,Zeeuwsch”) der PZC was, kreeg je een enkele maal om 8 uur ‘s ochtends een briesende hoofdredacteur Gommert A. (voor ons ,,meneer”) de Kok aan de lijn, die een pagina nieuws uit Dagblad De Stem voordroeg, op inquisitietoon informeerde ,,waarom wij dat allemaal hadden gemist?” en de hoorn toornig neersmet.
    Die pagina had een dag eerder in de regio-editie van zijn eigen krant gestaan, maar dat was De K., driftig per NS en met uitsluitend de Walcherse uitgave in de verromelde aktentas op weg naar een forum over – houd ons ten goede – Het Geschiedbeeld Van De Tweede Wereldoorlog of De Interpretatie van Masse und Macht Van Canetti In Het Licht Van Habermas (zie ten overvloede de zaterdagkrant van De Provinciale, die we u op aanvraag gaarne toezenden) volkomen ontgaan. Voor je had terug kunnen bellen, ging de telefoon opnieuw.,,L., De K. neem me niet kwalijk. Natuurlijk had De Stem het weer een dag later, ik had niet anders verwacht. Maar we moeten alert blijven!”. Klik.
    Het had zijn regionale, mistige charme, maar alleen in retrospect. Toen ik De K., inmiddels uit de Rotary getreden, omdat zo’n lidmaatschap journalistiek gezien toch niet zo verstandig was, eens vroeg ,,wat de lezer van ons produkt denkt”, antwoordde hij -kreukloos in oude vorm-: ,,L., onthoud: een lezer d e n k t niet. En als je maar weet: een PZC-journalist heeft verstand van plasgootjes tot atoomsplitsing”

Geen reacties toegestaan.