Joe Henry

Zo zag ik ‘m trouwens: Joe Henry.
Bassist David Piltch en saxofonist Levon Henry zijn ook zichtbaar. 
Helaas zat ik verkeerd voor slagwerker Jay Bellerose.

Henry had twee doodgewone gitaren tot zijn beschikking die hij zowat om het nummer verwisselde en marginaal bijstemde. Tijdens het optreden bleven de contacten met zijn begeleiders beperkt. Dat hinderde niets dit keer, want iedereen wist wat van hem werd verwacht. Hij kondigde zijn songs summier aan, sommige af. Tongue bleef daarbij diep verscholen in cheek, waardoor een Tom Waits-achtige vervreemding ontstond, die van het hele concert een esthetisch evenement maakte. Geen gepuf van de begeleiders tussen de nummers door, geen blijken van instemming- of afkeuring. Evenmin gerook, gedrink of andere afleiding op het podium. Gewoon, dik twee uur intensief originele muziek maken. Applaus werd dankbaar aanvaard, maar hup! daar was de volgende song al. Ik zat de hele tijd te denken: wat een energie heeft iedereen, wat een unieke muzikanten, wat een interessante teksten, die ga ik van de winter nog eens nalezen als er niets op de radio is.

Voor drummer Jay Bellerose zat ik hier dan niet helemaal goed, ik zag en hoorde wel degelijk dat hij bijzondere fratsen uithaalde. Hij droeg een jaren ’50 kostuum met stropdas en te lang plakhaar. Zijn Gretsch drumkit leek me niet minder vintage, hij sloeg met twee drumsticks in de ene hand en soms een zak rijst (of was het: hagelslag met sneeuwknikkers?) in de andere en maakte ook volop gebruik van houten en stalen trommelzijkanten, belkettingen en statieven. Alles paste, was onderscheidend en dienstbaar aan het groepsproces. Zoek hem maar eens op als je Keith Moon voorbij wil. Dit geeft een klein idee in een andere setting.