Postmohikanen

Parlementair journalist Kees Sorgdrager, met wie ik aan Yonne-oever te Bourgogne graag wijntje drink, vertelde eens, dat Jan Blokker ergens in de buurt een huis moest bezitten. De heren bewonderden elkaar vanuit een even gedeelde als postmohikaanse drift tot bovenbrenging van onderste stenen, maar persoonlijk kenden ze elkaar niet. Kees verslond Blokker’s columns en beschouwingen over vroeger en las in gezelschap soms gedeeltes voor.  Blokker schreef in 1983-1984 over weldadige bries die in de tv-journalistiek opstak, toen Sorgdrager – die daarvoor hoofdzakelijk interviewde – de kijker door de bloedstollende verhoren van de parlementaire RSV-enquête loodste. Van Dijk-Joekes-Van Dam vormden in die dagen de voorhoede van – een ander – Oranje.

Kees had ooit een half woord opgevangen over de ligging van  Blokker’s Franse woonplaats en op zekere dag reed hij een paar dorpen verder en stopte bij het huis dat het moest zijn. Het was er doodstil. Het was zeker niet zijn bedoeling om aan te bellen en of iemand thuis zou zijn leek ongewis. Hij liep er eens links omheen en daarna rechts. Toen hij bij de voordeur voorovergebogen naar een naambordje zocht, ging de deur open. Daar stond Blokker in alle glorie. Kees prevelde, dat hij aan het onderzoeken was of betrokkene hier inderdaad woonde en verontschuldigde zich voor deze brutaliteit. Blokker repliceerde, dat verontschuldiging niet nodig was, want dat hij zelf ook altijd op deze wijze op strooptocht was. Waarop de heren afscheid namen.

Vanochtend arriveerde via een der rechtsopvolgers van Posterijen een ansichtkaart van Kees en via Twitter vanmiddag het doodsbericht van Blokker (83).