Archeologisch


Maandagmiddag, speelkwartier, technisch weer.
Juf ziet het: Archeoloog Jeroen is graag bereid de jongste generatie over zijn modderig werk  bij te lichten. Het graafwerk heeft al van alles naar boven gebracht: scherven, duigen, tegels, kammen, beitels, oren en kogels. Het water is grondwater (hierachter ligt de zee, als je even bezig bent zit je in het water, waarschijnlijk is het zout). Kijk! Hier hebben vroeger mensen gepoept. Een beerput. Straks m’n handen wassen. En weten jullie wat dit is? Een kogel! Precies op de plaats waar jullie school staat, stond vroeger het stadhuis van Vlissingen. Dat is beschoten met dit soort kogels. Kijk! Daar ligt nog een grotere, stel je voor, dat zo’n kogel met een snelheid van 100 kilometer op een muur terecht komt. Inderdaad! Die gaat er dwars doorheen.
Vragen? Zijn er ook dode mensen gevonden? Nee, dat niet.
Hebben jullie al goud ontdekt? Goud? Nee, dat ook niet.
Mogen we achter het hek komen? Nee, jullie moeten daar blijven staan.