Vreemde

Een paar weken geleden deed ik PZC-hoofdredacteur Peter Jansen per mail het voorstel in zijn tabloid een nieuwe rubriek te maken, getiteld Zeeuwen in den Vreemde. Het idee was om Zeeuwen die in de loop van de tijd hun provincie hebben verlaten te vragen naar het waarom. Wat de ervaringen zijn als ze in hun nieuwe omgeving te kennen geven waar ze geboren en getogen zijn en hoe ze op de provincie terugkijken. Natuurlijk is de rubriek nog verder uitbreidbaar, want je zou de emigranten ook kunnen voorleggen of ze, bijvoorbeeld voor vakantie of familiebezoek, nog weleens terugkomen in Zeeland en of ze misschien raadgevingen hebben voor ons, achterblijvers. Ook: wat Zeeland uniek maakt, maar waar je hedentendage eigenlijk niet meer mee kunt aankomen als je voorbij Halsteren een beetje serieus wilt worden genomen. Het provinciebestuur van Karla Peijs sluist per regeerperiode miljoenen het verzorgingsgebied uit naar risicovolle beleggingen, antwoorden op demografische krimp en professionele imagocampagnes, terwijl aan zoiets eenvoudigs als het systematisch informeren bij Zeeuwen in den Vreemde niet wordt gedacht.

Een wekelijkse rubriek levert binnen een jaar al een schat aan waardevolle inlichtingen op. Zelfkennis, reflectie en saamhorigheid worden grensoverschrijdend bevorderd. We gaan creatief aan de gang met braindrain en krimp en qua vormgeving kan toch worden gedacht aan kort, flitsend en NRC Next-achtig, een geheid succesverhaal. Het anonieme en weinig verheffende gebral op pzc.nl naar aanleiding van half voltooide nieuwsberichten kan per omgaande worden stopgezet en in plaats daarvan kan de community website Zeeuwen in den Vreemde worden geopend, verluchtigd met korte videootjes, te financieren uit de paar ton die beschikbaar komt uit het Stimuleringsfonds voor de Pers. Een stapje verder zou zijn, dat op dit terrein wordt samengewerkt met de regionale omroep, want daar wordt tegenwoordig ook meer aan bijzaken gedacht dan aan programma’s of opvallende initiatieven. Het laatste dat ik vernam was, dat ze proberen staand vergaderen in te voeren om nog meer dynamiek in de programma’s te veroorzaken. 

Toen Omroep Zeeland alleen nog radio maakte en internet nog niet eens aan kinderschoenen toe was, heeft een dergelijke rubriek bestaan en het resultaat was al verbluffend. Dat had te maken met de nauwgezetheid waarmee gasten werden uitgezocht en voorgeproefd. Ook ontstond een enorme wisselwerking. Zeeuwen in den Vreemde zouden ze in modern jargon een community builder noemen: er zou over worden gepraat, getwitterd en gemaild, want provinciegenoten die hun geboortegrond hebben achtergelaten hebben daarmee vaak ook familieleden, klasgenoten, vrienden en buurtjes achtergelaten en die zouden allemaal geinteresseerd kunnen zijn in hoe vergeten expats zich door het leven slaan.

Het betrekken van Zeeuwen van buiten de provincie bij je regionale medium wordt op beperkte schaal al gepraktiseerd, bijvoorbeeld in de sportjournalistiek. Zo hebben we de Rotterdamse judoka Elizabeth Willeboordse, wier vader Adrie’s oudere broer Piet nog in Vlissingen bij mijn eigen broer in de klas heeft gezeten. Zij wordt oud-Middelburgse genoemd, maar ik herinner me nog een interview in de Zeeuwse krant, nadat ze voor de zoveelste keer in successie tot sportvrouw van het jaar was verkozen. Sportster was natuurlijk voor de zoveelste keer vereerd, maar zei ook, dat de jury eens op zoek zou moeten naar talent dat met meer recht Zeeuws zou kunnen worden geroemd.

De krant trekt zich van Elizabeth’s geheime boodschap – Noem mij liever geen oud-Middelburgse meer, ik leef in het heden en woon in Rotterdam – geen laars aan, want ze hoeft maar een koudje te vatten en zich dientengevolge te diskwalificeren voor een internationale wedstrijd of de sportredactie pakt uit met twee pagina’s foto’s + achtergrond. Vroeger hadden we Nelly Cooman, Peter van Vossen, Maarten Ducrot, Irma Heeren en Danny Blind die dagelijks werden gevolgd, lang nadat zij bij Korteven achter de horizon waren verdwenen. Dat is nu iets minder geworden, ik vermoed dat die mensen nu (net als ik) in het woonzorgcomplex zitten te wachten tot de bingodame begint.

Nog even zonder dollen. Omdat er aanwijzingen zijn, dat zich aanzienlijk meer verdienstelijke en gewone Zeeuwen in den Vreemde bevinden dan de Rotterdamse judoka en omdat mijn bingoverslaving ook nog ruimte laat voor andere leuke dingen, leek mij dat ik Peter Jansen mijn voorstel moest doen. De hoofdredacteur wees het echter af. O toeval! Hij liep al een tijdje met hetzelfde plan rond en het leek hem eigenlijk meer aangewezen het te laten uitvoeren door een lid van de eigen redactie. Maar of ik in plaats daarvan misschien columnist zou willen worden in verband met een naderend afscheid. Peter Jansen schreef: “Inmiddels heb ik al diverse (en eerlijk gezegd ook best aardige) proefcolumns ter beoordeling aangeboden gekregen, maar misschien voel jij je ook geroepen om iets te leveren. Voor het geval je iets zou willen tikken (dan wel graag op zeer korte termijn): het gaat om ongeveer 300 woorden of 2000 tekens”.

(Wordt vervolgd)
😉

3 Reacties

  1. Sjoerd

    Wellicht zijn de Zeeuwen die na een verblijf elders terugkeren nog we interessanter..

  2. wim hofman

    Ik ken er wel een paar. Lisinka, Johannes, Maarten, Machteld.

  3. helge

    Zeker twintig jaar geleden was het nog niet alledaags als je iemand in een of andere uithoek van de wereld aan de telefoon had. Ik herinner me nog de opwinding als ik weer een Zeeuw ‘gevonden’ had. Heb er nog een ordner vol van…..

Geen reacties toegestaan.