Hoorspelkern

De schrijver die zijn zieleroerselen te boek stelt, heeft geen invloed op wat daar vervolgens mee gebeurt. In het gunstigste geval worden omvangrijk lezerspubliek aangeboord en verkooprecords versplinterd, volgt wereldroem en kan in onroerend goed worden geïnvesteerd.

In een divisie daaronder opereert dichter F. van Dixhoorn (Hansweert 1948). Hij vult dunne uitgaafjes met kleine hoeveelheden letters en laat veel wit. Bezige Bij geeft ze uit, er moet geheid geld bij. Het zijn associatieve levensfragmenten, waaruit geografische en institutionele namen opspringen die te Scheldestad bekend zijn: Jaagpad, Zeevaartschool, Loodswezen, Uiterton. Ook is zijn werk vergeven van cijfers, meestal onder de 10. Ze lijken hoofdstukken te nummeren, maar vermijden volgorde eerste klas lagere school. Meest waarschijnlijk is, dat ze verbinding leggen, ten bewijze dat alles met alles samenhangt, maar dat niemand er touwen aan vastknoopt.

De wereld waarin Dix opereert is zo microscopisch, dat subsidieverstrekkers er meestal overheen kijken. De bewoners zien zich genoodzaakt elkaar aan de gang te houden. Als in een sprookje werpen ze elkaar overlevingskruimels toe of formeren een legertje zodra zich aan de grens indringers melden. Dix treedt weleens op als hij wordt uitgenodigd. Ik ben daar een paar keer naartoe geweest, de lezer kent mijn zwak voor de marge. Performer Dix bedient zich van onalledaagse voordracht, die doet denken aan Johnny van Doorn (Beekbergen, 1944) en de andere makkers van het vervreemdende tv-programma Herenleed. Toon en emotie worden onophoudelijk gewisseld als ooit in de hoorspelkern uit vroege Radio Dagen. De luisteraar hoort verwondering, stelligheid, onzekerheid, plechtigheid, boosheid, aarzeling etc Ook zijn er wisselende tempi en onverhoedse afbrekingen. Soms draait een filmpje op de achtergrond, zwart-wit, meestal onbeholpen en grove korrel, over vroeger. Dan een historische opname van het Cocktail Trio (Grote Beer). Ergens begint een gedicht met een stukje mondharmonica van de dichter of klinkt uit de luidspreker als intermezzo pianospel, dat de dichter na afloop tegenover bekenden duidt als zijnde afkomstig van Janáček (Hukvaldy 1854). Grappig allemaal, heel bijzonder, want in de krant lees je er niet over.

Het ergste dat een Hansweerter schrijver moet overkomen is, dat je mede-wereldbewoners je complete oeuvre voordragen gedurende het evenement “Dichters lezen dichters” in het Amsterdamse theater voor Poëzie, Perdu – de naam zegt het in zekere zin al – aan de Kloveniersburgwal. Het gebouw huisvest de interessantste poëziewinkel van de Nederlanden en in de directe buurt barst het van binnen- en buitenlandse studenten Nederlands. Voor mij reden genoeg voor de aanschaf van treinkaartje en toegangsbewijs en me onder het publiek te begeven. In het donkere zaaltje bevindt zich een tribune van ongemakkelijke banken met daarvoor wat zitjes, niemand overgeslagen tel ik 35 aanwezigen. Het zaallicht wordt gedimd en in de spot staat Frank Keizer, Perdu-medewerker, met de aftrap:

Goedenavond, welkom in Perdu, bij deze bijzondere editie van Dichters lezen dichters, ons programma waarin de integrale voordracht van belangwekkende bundels centraal staat. In het verleden werden zo onder meer Klem van Kees Ouwens, De weg naar Egypte van Gertrude Starink en de gedichten van Hadewijch voorgelezen.

Het programma van vanavond staat in het teken van F. van Dixhoorn, een van de meest eigenzinnige dichters van Nederland. Dichter en criticus Hans Groenewegen – en mede-instigator van deze programmaserie – stelde eens voor om de reeksen van van Dixhoorn in glas uit te voeren, opdat de lezer zijn werk in een oogopslag zou kunnen doorzien.
Vanavond doet Perdu iets soortgelijks: voor het eerst zal het complete oeuvre van Van Dixhoorn, van Jaagpad/Rust in de tent/Zwaluwen vooruit uit 1994 tot Twee piepjes uit 2007, op een avond in zijn geheel worden voorgelezen, en dat steeds op een andere wijze.

Het programma ziet er als volgt uit:

Dichter Ben Zwaal en actrice Klaske Bruinsma lezen samen de debuutbundel Jaagpad/Rust in de tent/Zwaluwen vooruit

Daarna leest F. van Dixhoorn zelf de bundel Armzwaai/Grote keg/Loodswezen 1. De cyclus Armzwaai leest hij voor het eerst en in een speciaal voor deze avond bewerkte vorm.

Hierna is het pauze. In de pauze zijn bar en boekhandel geopend en kan er buiten, aan de achterzijde, gerookt worden.

Na de pauze gaan we verder met de bundel Takken Molenwater/Kastanje Jo/Hakke tonen / Hakke tonen/ Uiterton/ Molen in de zon, in een compositie die Samuel Vriezen, hier vanavond helaas niet aanwezig, voor stem, piano en vibrafoon. Met Dante Boon op piano en Claudia Hansen op vibrafoon. Van Dixhoorn zelf is opnieuw lezer.

Vervolgens presenteert dichter en kunstenaar Bas Geerts een tekstprojectie van Dan op de zeevaartschool.

Tot slot is er een voordracht in canon van Twee piepjes, de meest recente bundel van Van Dixhoorn, in een compositie van opnieuw Samuel Vriezen. Lezers zijn, in alfabetische volgorde, Joost Baars, Dante Boon, Tsead Bruinja, Mark van der Graaff, Astrid Lampe, Erik Linder, Ben Zwaal en Miek Zwamborn.

Dan rest mij u nu nog het verzoek of u uw mobiele telefoon uit wilt zetten. Ik wens u een mooie avond toe. Graag geef ik het woord aan Ben Zwaal en Klaske Bruinsma.

En zo ook was het verloop. Men is er eens uit. D’r kan geen tv tegenop.