Bestendige hulde

Midden in de jaren 30 verkoopt de grote Vlaamse expressionist Gust De Smet zijn prachtige villa aan de Pontstraat in Deurle. In het open veld laat hij het sobere, deels houten huis bouwen dat nu zijn museum is. Hier slijt Gust de laatste zeven jaar van zijn leven en werkt jij in het atelier met (toendertijd nog) een wijds panorama over de akkers en weiden aan het slotakkoord van zijn loopbaan. Op vrijdag 8 oktober 1943 komt de dood de zieke kunstenaar in zijn woning halen.
Krachtens de laatste wilsbeschikking van haar man vermaakt Gusta in 1948 bij legaat aan de gemeente Deurle “huis en erve, gestaan en gelegen te Deurle met al de meubelen en mobilaire voorwerpen er zich in bevindende, alsook met zekere schilderijen en alle verdere oudheden welke in mijn bedoelde huis staan”. De gemeente stelt het schilderhuis in 1950 open voor het publiek onder de naam Museum Gust De Smet. Het museum bevat als bestendige hulde de volledig ingerichte huiskamer en voorts het atelier en de slaapkamer op de eerste verdieping. Aan de wanden hangt een selectie van de honderd werken die bij de dood van de schilder in het atelier achterbleven.
Wie nu het museum binnenstapt, wordt op een fascinerende manier deelgenoot van oude tijden. Staande in de verlaten woonkamer voelt men zich aangezet tot een respectvol wachten – wachten tot de kunstenaar boven zijn penseel heeft neergelegd en de houten trap afdaalt.
Het kunstenaarsdorp wacht ook op fondsen uit Brussel om de hulde toekomstbestendig te maken, maar er waart crisis door Europa.
 

1 Reactie

  1. wim hofman

    Mooi, maar daar dus ook bezuinigingen. Het is alsof men zijn kans grijpt.

Geen reacties toegestaan.