Manies

Elke maand heb ik wel tijd voor twee of drie manies. Het woord maakte deel uit van mijn opvoeding. Mijn vader gebruikte het om een nieuwigheid te kwalificeren, die in zijn ogen geen lang leven zou hebben. Hij bedoelde eigenlijk: loop er niet achteraan, het heeft niks te betekenen, morgen is iedereen het vergeten. Voorbeeld: de grammofoonplaat. Mijn broer had een rebus van het Robinson schoenenmerk (leverancier: Van Kampen, Oude Markt Vlissingen) foutloos opgelost en won daarmee de eerste langspeelplaat van The Rolling Stones. Het kwam mijn vader voor, dat we die in huis niet ten gehore zouden brengen, want een platenspeler ontbrak in de ouderlijke inventaris. Investeren in zo’n apparaat leek hem al evenmin verstandig of haalbaar. Immers: wat zou je moeten afspelen, afgezien van deze vluchtige rebusprijs? Vader is al meer dan tien jaar overleden, maar hij heeft nog wel mogen meemaken dat zijn scepsis van weleer van alle werkelijkheid gespeend was. “Wat doet dat met je?” vraagt de tegenwoordige radiopresentator te pas en te onpas en het antwoord luidt dan: “Je wordt er als kind sterker van en je houdt je manies”.

Een recente manie ontstond reeds in 2010 in het Haags Gemeentemuseum, waar directeur Benno Tempel een uiteenzetting gaf bij een tijdelijke tentoonstelling over de Russische kunstschilder Wassily Kandinsky (1866-1944) en de beweging Der Blaue Reiter, waarvan Wassily deel uitmaakte. Eigenlijk waren we gekomen voor een theaterspel over Kokoschka van De Warme Winkel – ook prachtig trouwens – maar het Russenhaus in Murnau waar zo’n beetje het expressionisme ontstond, bleef trekken. Het Lenbachhaus in M√ľnchen is paradijselijk voor de liefhebber van de stroming. Voor de ernstige gevallen zijn deze letters al magisch.

derblauereiter