Grote Solle en rijke ader

IMG_2867

Dit wordt de omslag van het romandebuut van oud-PZC hoofdredacteur Andreas Oosthoek (Nieuwdorp 1942), te verschijnen: 2015. De titel is “Het relaas van Solle”. Een jongensverhaal dat journalist-dichter Oosthoek 40 jaar geleden heeft geschreven. Hij is ernaar op zoek gegaan, nadat hem een bijdrage was gevraagd voor de bundel Zondig in Zeeland een verzameling Zeeuwse verhalen van verschillende schrijvers. De gepensioneerde hoofdredacteur wist dat hij  nog ergens iets had liggen, maar kon het zo gauw niet terugvinden. Daarop besloot hij uit zijn hoofd een samenvatting te schrijven, die nog net voor de deadline onder de titel “Het katijf van Solle” werd ingeleverd. Na verschijning van de zondige bundel, intussen herdrukt, groeide van allerlei kanten belangstelling, hetgeen de schrijver terugjoeg naar zijn persoonlijk archief, waar hij tenslotte de oorspronkelijke – veel uitgebreidere – versie aantrof en zelfs meer.

Het relaas van Solle” krijgt volgend jaar waarschijnlijk een Zeeuwse lancering, vergelijkbaar met “Een dag om aan de balk te spijkeren” van de eveneens bij Cossee publicerende, nota bene uit hetzelfde Bevelandse dorp als Oosthoek afkomstige schrijver Rinus Spruit (Nieuwdorp 1946). Het Zeeuws onderonsje voorafgaand aan de landelijke introductie is een knipoog van de Amsterdamse uitgeverij naar de praktijk met de Zuid-Afrikaanse auteur J.M. Coetzee. Het nieuwste werk van deze wereldschrijver verschijnt – in vertaling – steeds allereerst in Nederland, dankzij respect en waardering voor Cossee en echtgenoot Christoph Buchwald.

Het heeft er trouwens alle schijn van, dat Eva Cossee met de vondst van Oosthoek in haar dierbare Zeeland een rijke ader heeft blootgelegd, want in haar jongste aanbieding aan de Nederlandse boekhandel wordt voor later nog in het vooruitzicht gesteld: een novelle (Vuurland) over de berging en identificatie van vermiste militairen en burgers uit de Tweede Wereldoorlog, een vooroorlogs Parijs’ verhaal (De fotokoerier) en een verslag van de ontsluiting van Het koffertje van Moss, over de Engelse kunstenares Marlow Moss (1889-1958) en levensvriendin van Netty Nijhoff-Wind (1897-1971), echtgenote van de dichter Martinus Nijhoff, in wiens zomerhuis onderaan de Walcherse duinen, de gewezen krantenman al vele jaren resideert. Schrijfster Netty Nijhoff ligt net buiten de dorpskern van Biggekerke begraven onder een grafmonument met sculptuur van Marlow Moss. En Moss wordt weer steeds actueler, want in Tate Britain, Londen is momenteel een tijdelijke expositie aan haar gewijd. Kunstkenners tonen zich verrukt van haar werk en staan er versteld van dat zij zo lang onder hun radar is gebleven. Ze hebben overigens niet erg opgelet, want er waren al Marlow Moss tentoonstellingen in Middelburg (1972) en Arnhem (1994) om eens een paar provinciale kunstcentra met allure te noemen.
Klap op vuurpijl is, dat Oosthoek “binnenkort” zijn jarenlange werk aan de biografie van Martinus Nijhoff (1894-1953) afrondt. Hier schiet een regel van Nijhoff te binnen, toen hij in 1952 zijn echtgenote kond deed van zijn nieuwe huwelijk met vroege liefde Georgette Hagedoorn: “Ik heb de behoefte om nog iets met mijn leven te wagen”.

Het schilderij: portret van Achille-Etna Michallon (1796-1822) c.1818-19 (olie op canvas) gemaakt door Cogniet, Léon (1794-1880) Bevindt zich in Musée des Beaux-Arts, Orléans, Frankrijk.

1 Reactie

  1. Jan Karman

    Goed verhaal, Flip! Professioneel!

Geen reacties toegestaan.