Dolf Snel (1946-2019)

(Door Flip Feij)

VLISSINGEN – Oud-PZC-journalist Dolf Snel is zijn hele werkzame leven aan de Zeeuwse krant verbonden geweest. Hij was 20 toen hij als leerling-journalist begon en in de decennia daarna was hij rayonredacteur voor De Bevelanden en Noord-Zeeland (kantoor Goes), rayonredacteur Walcheren (kantoor Vlissingen), Haagse redacteur, verslaggever Zeeuwse politiek, chef nieuwsdienst, algemeen verslaggever en lezersredacteur. Dan heb je zowat alles gedaan.

Snel was een journalist van de oude stempel. Hij verplaatste zich in een eenvoudige automobiel, ging – gewapend met balpen en opschrijfboekje – gehuld in slechtzittende regenjas (type Columbo), was uitermate kritisch en hield onder alle omstandigheden afstand tot zijn onderwerp. Hij behoorde tot de garde die naar buiten toe zonodig attendeerde op artikel 7 van de Grondwet en dat de krant “wordt geacht en wenst een mijnheer te zijn”, op den duur zelfs eentje die “direct en makkelijk te benaderen is” (zie illustratie).

Snel heeft altijd behoord tot de betere schrijvers van de (oude) PZC. Met bijv. Gommert de Kok, Kees Cijsouw, Andreas Oosthoek en Hans Hubregtse. Het ging bij die mannen om trefzekere formuleringen en een onberispelijke stijl. Archaïsch en omslachtig zou dat tegenwoordig misschien worden genoemd. Niet zelden ontleend aan de tale Kanaäns. Dolf was daarmee ingeënt door zijn in het zwart geklede vader, G.F. Snel (1891-1967), na de oorlog dominee in Nieuwveen (en Nieuwkoop). Volgens de overlevering kwam deze man ooit naar Zeeland om te zien waar zijn zoon in Godes naam was neergestreken. Waarschijnlijk viel hem dat niet tegen.

Van voormalig hoofdredacteur Andreas Oosthoek hoorde ik eens, dat Dolf deel uitmaakte van de commentaargroep, die was aangewezen (anoniem) het dagelijkse hoofdartikel te vervaardigen. Ieder had daarin zijn eigen aandachtsgebied en zo was afgesproken, dat nimmer stokpaardjes zouden worden bereden. Oosthoek wilde uit dien hoofde nooit over homoseksualiteit schrijven. Toen er een soort Nashville-verklaring (met Zeeuwse invalshoek) avant la lettre speelde schreef Dolf Snel het commentaar namens de krant. Hij bediende zich daarbij van de typische stijl van de hoofdredacteur, zo was in kleine kring bekend. Om in de huid van Oosthoek te kruipen, moest men een geoefend pennetje bezitten.

In het midden van de jaren 70 leerde ik Dolf beter kennen toen ik hem mocht opvolgen als Haagse redacteur van PZC en Brabants Nieuwsblad. Hij verleende zelfs enkele weken onderdak bij zijn gezin te Gouda. We hadden het hele dagen en halve nachten over de journalistiek, mensen en situaties die deugen en niet deugen. Op de achtergrond klonk daarbij meestal Bob Dylan. Met veel plezier denk ik aan die periode terug.

PZC-knipsel: Zeeuwse Krantenbank


“Tekst: DOLF SNEL en KEES CIJSOUW”

(door: Flip Feij – 17 januari 2019)

MIDDELBURG – Na het afscheid in Middelburg van de deze week overleden PZC-journalist A.J. Snel (1946 – 2019) groepte nog een clubje oud-gedienden bij elkaar. Bij het weerzien van zoveel bekenden traden, geholpen door een glaasje, diverse menselijke harde schijven weer langzaam in werking. 

In de jaren 70 vormden de journalisten Dolf Snel en Kees Cijsouw een tandem, ze waren onafscheidelijk, ongeveer de Zeeuwse Woodward en Bernstein. Ze hielden samen en los van elkaar vraaggesprekken en smolten het resultaat daarvan samen tot grote producties, bijvoorbeeld in de veelgeprezen zaterdagbijlagen van de PZC. 

Ik wilde van Cijsouw nog weleens horen hoe ze dat deden: als een soort Siamese tweeling op die grotere onderwerpen afstappen en die stukken dan samen schrijven. Kees vertelde, dat ze een stuk soms om en om schreven: Kees een zin, Dolf een zin. Kees een alinea, Dolf een alinea. Nooit ruzie. Kom daar nog eens om.

Het eerste jaar van de Affaire Menten (1976) werd door een PZC afgesloten met een bijlage over “Zeeuwse” oorlogsherinneringen. Snel en Cijsouw hielden vraaggesprekken met onder anderen dr P.J. Koets (oud-hoofdredacteur van Het Parool en toen woonachtig in Ellemeet) en P.J.G. Molthoff (burgemeester ooit van Hulst). De ervaringen werden in elkaar gestoken voor een artikel van twee pagina’s, longread ;), dat vooraf in concept aan de geïnterviewden werd voorgelegd. De heer Koets, die aan de Birmaspoorweg had gesloofd, belde daarop hoofdredacteur G.A. de Kok met de vraag of zijn belevenissen misschien geschrapt zouden kunnen worden, “omdat de ervaringen van de anderen veel ernstiger waren dan de zijne”. 

Naar verluidt heeft De Kok “moeten lullen als Brugman” om Koets toch gunstig te stemmen over de publicatie, met inbegrip van zíjn inbreng. Het was eindredacteur Andreas Oosthoek, die indertijd de suggestie deed het artikel te illustreren met oorlogswerk van de Vlaamse graficus Frans Masereel. 

Dat is toch mooi, een dikke veertig jaar na dato nog enkele details oproepen van de gang van zaken op de redactie van een regionale krant in de periferie. Dankzij de onvolprezen Zeeuwse Beeldbank kon ik meteen op zoek gaan naar de desbetreffende productie en komt alles weer boven.